M. Vasalis

De wielewaal werpt keer op keer
Gepolitoerde lasso’s uit.
Zo glad, zo helder en zo luid
Hij fluit zoals een jongen fluit
En ik kijk op, daar gaat hij weer!
Het lijkt wel of ik nog zo pas 
Een vangbaar meisje was. 


Of een zonsondergang.
Een zwaar en loodgrijs ooglid
zakt traag over de lage zon
en hij slaapt in.
Wie droomt er? Sneeuw
Begint te vallen.
Onregelmatig en gestaag:
en door een voile
zie ik zijn blik één ogenblik
slaaprig en vaag. 


Uit:

De oude kustlijnnagelaten gedichten, Amsterdam 2002

 

Make a Free Website with Yola.