Het numineuze bij Maria de Groot

De liefdesrelaties tussen mensen zie ik als een afglans van de liefde van God. In mijn ervaring is Gods liefde een persoonlijke liefde die 'ik' en 'jij' zegt, maar die ontzaglijk veel groter is dan wij kunnen bevroeden.

Hij noemde mij bij mijn naam...

Eén keer heb ik die liefdeservaring gehad, groter dan ik zeggen kan. Dat was begin 1961.

Ik was drie en twintig; ik zou theologie gaan studeren. Er was een predikant in Deventer, ds. Cannegieter. Bij hem had ik mij laten dopen. Hij kreeg longkanker en stierf toen hij vijftig was. Ik was diep geschokt en na zijn dood kreeg ik een fundamentele armoede-ervaring. Ik had geen hoop meer en geen vertrouwen in God. Op een nacht - het is niet onder woorden te brengen... In de kamer waarin ik woonde kwam een soort storm naar binnen; die storm voerde mij mee uit mijn lichaam en toen was er die stem die sprak. Er was liefde, zoals ik nooit met mensen ervaren heb. Zoveel groter. En het was authentiek, omdat het onverwacht kwam, niet gedroomd of ingebeeld, niet in een gebed of na langdurige meditatie, maar midden in een volstrekte armoede. Toen werd ik teruggelegd, en daarna wist ik dat mijn leven en die liefde één geheel waren. In die nacht lag ook de gelofte vervat om niet te trouwen. Ik kon dat geheel niet meer verbreken.

 

Make a Free Website with Yola.