Het numineuze bij Jef Boeckmans

Het is een stuk sterven... jezelf verliezen. Er zijn... ja er zijn ogenblikken waarin je je zelfbewustzijn achter je laat; dat je staat voor je uiteindelijke relatie met God. Vlak daarvoor kun je een verschrikkelijke verlatenheid voelen. Je bent heel ver gegaan, heel diep in dat gat. Je gaat de dood in. Je komt in een totale leegte en duisternis, omdat je oog niet is aangepast aan wat daar aanwezig is. Als een vleermuis ben je blind voor dat licht. Ergens moet een poort zijn, alleen voor jou, waar je ook alleen doorheen moet, en het laatste stuk in die enorme ruimte moet je alleen afleggen. Je voelt een diepe angst, je hebt een moment van revolte. Je wilt niet verder. En plotseling sta je dan in het totale niets, dat tegelijk het Alles is, het Absolute. En je wordt aangeraakt door God. Daar is Hij je persoonlijke Schepper. En ineens word je weer aan jezelf teruggeschonken, je ontstaat uit dat niets, je wordt opnieuw geboren. Je eenzaamheid is pure gemeenschap geworden. Je hebt je moeizaam verworven 'ik' ingeleverd en het gelouterd teruggekregen. Je leeft in vrijheid en hebt de extase van het paradijs in je.

Catharina Visser: De sluiers van God; Gesprekken over het beeld van de verborgene, Amstelveen 1985


 

Make a Free Website with Yola.